Koninklijk Huis erkent twijfel over herkomst koloniale objecten

· - leestijd 1 minuut
Overhandiging rapport Herkomstonderzoek Koloniale Objecten in Koninklijke verzamelingen aan koningin Maxima op Huis ten Bosch
Overhandiging rapport Herkomstonderzoek Koloniale Objecten in Koninklijke verzamelingen aan koningin Maxima op Huis ten Bosch Foto: Martijn Beekman

DEN HAAG – Het Koninklijk Huis erkent dat een deel van de koloniale objecten in de Koninklijke Verzamelingen mogelijk niet rechtmatig of vrijwillig is verkregen. Dat blijkt uit een onafhankelijk herkomstonderzoek naar ruim duizend objecten uit onder meer Indonesië, Suriname en het Caribisch gebied. Het rapport opent de deur naar gesprekken met voormalige koloniën over de toekomst van omstreden objecten.


Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau (SHVON), waarvan koningin Máxima voorzitter is. Volgens Máxima worden de conclusies en aanbevelingen van de commissie volledig overgenomen. De stichting wil de onderzoeksgegevens openbaar maken om “een open gesprek met betrokkenen uit de landen van herkomst” mogelijk te maken.

Ernstige twijfels

De commissie concludeert dat het grootste deel van de koloniale collectie bestaat uit geschenken waarvoor geen directe aanwijzingen van dwang zijn gevonden. Tegelijk stelt het rapport dat bij een aantal objecten “ernstige twijfels” bestaan over de vrijwilligheid waarmee ze zijn verkregen.

Donderbus van raden intan - Koninklijke Verzamelingen ini Museum Bronbeek
Donderbus van raden intan - Koninklijke Verzamelingen ini Museum Bronbeek (Foto: Rik Klein Gotink)

Het gaat onder meer om objecten die tijdens koloniale militaire expedities in Indonesië zijn buitgemaakt en later aan koning Willem III werden geschonken. Een van de meest gevoelige voorbeelden is de donderbus van Raden Intan, een Indonesische verzetsleider uit Lampung die in 1856 door Nederlandse militairen werd gedood. Het wapen kwam daarna terecht in de Koninklijke Verzamelingen.

Ook noemt het rapport een schild uit Atjeh dat vermoedelijk in 1877 tijdens een militaire expeditie naar Samalanga is buitgemaakt. Volgens het onderzoek behoorde het schild waarschijnlijk toe aan een Atjehse krijgsoverste die sneuvelde tijdens gevechten met Nederlandse troepen.

Daarnaast worden vraagtekens geplaatst bij een gouden amuletketting uit Atjeh die in 1909 aan koningin Wilhelmina werd geschonken kort na zware militaire confrontaties in de regio. De onderzoekers schrijven dat de combinatie van geweld en de onderdanige toon van de begeleidende brief “sterke twijfel” oproept over de vrijwilligheid van het geschenk.

Ongelijke machtsverhoudingen

Het rapport benadrukt dat koloniale geschenken niet los kunnen worden gezien van de ongelijke machtsverhoudingen binnen het koloniale systeem. Volgens de onderzoekers speelden geschenken vaak een rol in het bevestigen van loyaliteit aan het Nederlandse gezag of ontstonden ze in een context van militaire druk en onderwerping.

De commissie stelt daarom dat Nederland niet eenzijdig kan bepalen of de aanwezigheid van deze objecten rechtvaardig is. De SHVON wil na publicatie van alle onderzoeksgegevens gesprekken voeren met vertegenwoordigers van voormalige koloniën over de toekomst van objecten waarover ernstige vragen bestaan.

Het onderzoek maakt deel uit van een bredere herwaardering van het koloniale verleden binnen Nederland. Eerder kondigde koning Willem-Alexander al een afzonderlijk historisch onderzoek aan naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis van Nederland.


401 keer gelezen

Deel dit artikel: